Glijvilt of glijfolie?

Vaste lijnopleggingen kunnen in beperkte mate lengteveranderingen van het opgelegde vloerelement opnemen. Een 10 millimeter dikke rubber lijnoplegging kan circa vijf millimeter vervormen in twee richtingen. Het opgelegde element mag dus vanaf het moment van montage, ter plaatse van de oplegging, maximaal vijf millimeter langer of korter worden dan wel verschuiven in de overspanningsrichting. Met name in de bouwfase – de constructie is nog niet geïsoleerd en verwarmd – kunnen de bewegingen groter zijn. Bij ter plaatse gestorte liggers en vloeren hebben we bovendien te maken met krimp en kruip. In een groot aantal gevallen zal een bewegingsopname van vijf millimeter dus ontoereikend zijn. In dat geval dient een glijoplegging te worden toegepast. Welke lijnvormige glijopleggingen zijn er op de markt? Wat zijn hun specifieke kenmerken?

Glijvilt
Glijvilt is een haarvilt dat door middel van een grafiet- of een tefloncoating glad wordt gemaakt. In de meeste gevallen wordt het materiaal toegepast in combinatie met een glijplaat. Deze plaat staat in contact met het gladde deel van het glijvilt. De wrijvingscoëfficiënt van glijvilt met grafietcoating bedraagt 0,10 tot 0,16. Vilt dat is voorzien van een laagje teflon heeft een μ waarde van 0,08.
Glijvilten kunnen afhankelijk van het type worden belast tot maximaal 4 N/mm². Realiseert u zich echter dat vilt onder druk hoofdzakelijk plastisch vervormt. Vilt is dus niet geschikt voor constructies waar grote variaties in hoekverdraaiingen voorkomen.

Glijfolie
Glijfolies worden opgebouwd uit verschillende lagen. De kern bestaat in alle gevallen uit twee lagen gladde folie waartussen een vet op basis van minerale olie is aangebracht. Bij toepassing als lijnoplegging is deze kern één- of tweezijdig voorzien van een drukverdelende en egaliserende laag van polystyreen of elastomeer (synthetisch rubber). Om het binnendringen van vuil en water tegen te gaan, zijn de zijkanten van de stroken afgeplakt. Afhankelijk van de samenstelling en de kwaliteit van de toegepaste materialen is de wrijvingscoëfficiënt van glijfolie 0,04 tot 0,10. De maximale oplegdruk van de meest gangbare typen bedraagt 1 tot 4 N/mm². Enkele kwalitatief hoogwaardige glijfolies kunnen worden belast tot 10 N/mm².
De meeste glijfolies kunnen geen of zeer geringe hoekverdraaiingen opnemen. Er bestaan echter ook typen met een smalle rubber kern, die wel in staat zijn om de doorbuigingen van het opgelegde deel op te nemen.

Ongewapend rubber glijoplegging
Dit type glijoplegging kan worden beschreven als een plat hol rubber profiel dat aan de binnenzijde is voorzien van siliconenvet. De maximale glijweg wordt begrensd door de vorm van het profiel en bedraagt ± 25 millimeter. Deze lijnvormige glijoplegging is daarom ook wel bekend onder de naam ‘gelimiteerde glijoplegging’.
De wrijvingscoëfficiënt van de ongewapend rubber glijopleggingen bedraagt slechts 0,03. De maximale belasting is 7,5 N/mm², maar in verband met de invering wordt doorgaans een lager maximum aangehouden. Bij rubber opleggingen is de vervorming vrijwel geheel elastisch. De bouwstof is daarom zeer geschikt voor toepassing in constructies met variabele doorbuiging van het opgelegde bouwdeel.

Welke ervaring heeft u met lijnvormige glijopleggingen?

Een gedachte over “Glijvilt of glijfolie?

  1. Pingback: Tien tips bij de keuze van oplegmateriaal | Arcas Trading

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s