Welke norm voor opleggingen?

De afmetingen van al dan niet gewapende ‘rubber’ oplegmaterialen worden in de infratechniek bepaald aan de hand van de toetsingsregels uit de geharmoniseerde Europese norm EN 1337-3:2005. Dit document draagt de titel ‘Opleggingen voor bouwkundige en civieltechnische toepassingen’. In de burgerlijke en utiliteitsbouw wordt de norm echter niet of nauwelijks gebruikt. Fabrikanten en importeurs hanteren voor hun tabellen en rekenprogramma’s DIN 4141 deel 14 uit 1984. Een Nederlandse standaard is namelijk niet beschikbaar. Waarom wordt de EN 1337-3 niet toegepast in de utiliteitsbouw? Wat zijn de verschillen tussen de rekenregels? Komt er in de toekomst één norm?

De functie van een oplegmateriaal is de overdracht van belastingen. Daarbij moeten eventueel optredende planparallelle verplaatsingen en hoekverdraaiingen kunnen worden opgenomen. Een elastisch materiaal als elastomeer – een verzamelnaam voor kunststoffen met rubberachtige eigenschappen – is daarvoor uitermate geschikt. Juist door deze elastische eigenschappen zijn de toetsingscriteria volkomen anders dan die van starre materialen als beton en staal. Alle methoden om een oplegrubber te dimensioneren, zijn gebaseerd op de lineair-elastische theorie van Topaloff. Deze publiceerde zijn bevindingen in het tijdschrift ‘Der Bauingenieur’ in 1964. De uitgangspunten van Topaloffs  onderzoek zijn vermeld in mijn artikel ‘Vormfactor, begrenzing van de oplegdruk’.

De Europese standaard EN 1337 is na circa twintig jaar voorbereiding in 2005 gepubliceerd. Het document, dat bestaat uit elf delen,  is beschikbaar in het Engels, Frans en Duits. In Nederland wordt onder de naam NEN-EN 1337 een Engelstalig document uitgegeven met een Nederlandstalig voorwoord. In deel 3, ‘Opleggingen van elastomeren’, zijn de eisen geformuleerd voor al dan niet gewapende opleggingen. Onderscheid wordt gemaakt in zes typen: vijf gewapende en één ongewapende. Voor nadere informatie over deze typen zie ‘Gewapend rubber brugopleggingen’. De norm is uitsluitend van toepassing op oplegblokken gemaakt uit chloropreen- en/of natuurrubbermengsels met bepaalde eigenschappen. Dit is de belangrijkste reden dat het document niet wordt gebruikt in de B&U-sector. Al vele jaren worden hier immers met succes oplegmaterialen gebruikt, die zijn gemaakt van andere elastomeren zoals EPDM en SBR. Met name de eerstgenoemde is uitermate geschikt als hoogwaardig oplegmateriaal.

De verschillen tussen de beide normen zijn groot. Een beknopt overzicht:

  • Volgens de Europese norm wordt getoetst aan de hand van de UGT (uiterste grenstoestand met betrekking tot bezwijken). In de DIN gebeurt dit op basis van de bruikbaarheidsgrenstoestand (BGT). De veiligheidsfactoren zitten hier in het materiaal zelf.
  • De DIN maakt onderscheid in twee klassen. Klasse 2 is gangbaar, klasse 1 is van toepassing op opleggingen voor kritische plaatsen. Bezwijken van de oplegging kan hier leiden tot het instorten van de constructie.
  • De Duitse norm is gebaseerd op oplegmaterialen waarvoor een Algemeines Baaufsichtliches Prüfzeuchnis (ABP) van toepassing is. In dit certificaat zijn de materiaaleigenschappen en het toepassingsgebied (klasse 2, maximale druk en temperatuurspanne) vastgelegd. Ook is vermeld welke vormfactoren dienen te worden aangehouden. Dit is dus een wezenlijk onderscheid met de Europese norm waarin de grondstof, materiaaleigenschappen en vormfactor  voor iedere producent min of meer hetzelfde is. Voor klasse 1 zijn de eisen strenger. Hier is een Algemeines Baaufsichtliches Zulassung nodig.
  • Volgens de EN 1337-3 worden normaalspanning, rotatie en translatie herleid tot vervormingen (rek) van het elastomeer. Het totaal mag een bepaalde waarde niet te boven gaan. In de DIN worden de invloeden van druk, verplaatsing en hoekverdraaiing apart getoetst.

Wat is de situatie anno februari 2019? De commissie CEN/TC 167 werkt aan herziening van de EN 1337. Publicatie wordt nog dit jaar verwacht.  Vermoedelijk komt in deel 3 geen ruimte voor oplegmaterialen die zich al jaren hebben bewezen in de B&U-sector. Inmiddels is de DIN 4141 teruggetrokken maar heeft het Institut für Bautechnik schriftelijk aan onze producent van B&U-opleggingen gemeld dat de ABP’s nog gebruikt mogen worden. In de toekomst zal waarschijnlijk CE-markering worden aangevraagd op basis van een European Assessment Document (EAD) en een European Technical Assessment (ETA).

Een gedachte over “Welke norm voor opleggingen?

  1. Pingback: Tien tips bij de keuze van oplegmateriaal | Arcas Trading

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s