Brandwerende kit

Naden en voegen zijn onvermijdelijk in bouwkundige constructies. Ze kunnen als zwakste schakel bepalend zijn voor de brandwerendheid van een brandcompartiment. Afdichtingsspecialisten adviseren de toepassing van een brandwerende kit. Prima materiaal, maar is het ook geschikt voor alle omstandigheden? Is een kit waarmee een doorvoering rond een buis of leiding wordt afgewerkt ook te gebruiken in een dilatatievoeg? Is het afdichtingsmateriaal voor een naad in een bouwkundige aansluiting ook getest in een bewegende voeg? In dit artikel gaan we in op de toepasbaarheid van brandwerende kitten in dilatatievoegen.

De brandwerendheid van bouwmaterialen wordt vastgesteld aan de hand van Europese normen. Onderscheid wordt gemaakt tussen test- en classificatienormen. In een testnorm normwordt beschreven hoe de brandwerendheid van bijvoorbeeld dragende en niet-dragende elementen, (lift)deuren, luiken, ramen en installaties dient te worden beproefd. De classificatienorm beschrijft hoe de resultaten van de proeven moeten worden gecategoriseerd. De testnorm voor dilatatievoegen is vreemd genoeg ingedeeld in de serie EN 1366 voor ‘Bepaling van de brandwerendheid van installaties in gebouwen´. Hier vinden we ook de testnormen voor ventilatiekanalen, brandkleppen, serviceschachten en doorvoeringen. De voeg of naad rond een leidingdoorvoering is natuurlijk wat anders dan een bouwkundige dilatatievoeg. Daarom zijn er verschillende testnormen. Voegvullingsmaterialen zoals kit kunnen worden getest volgens de EN 1366-3 (doorvoeringen) en de EN 1366‑4 (afdichting van rechte voegen). Voor de classificatie wordt in beide gevallen norm 13501-2 gebruikt.

Het verschil tussen een test- en een classificatienorm blijkt voor sommige applicatiebedrijven maar ook voor producenten en leveranciers van kit niet helemaal duidelijk. Promotionele kreten als ‘voldoet aan de Europese norm 1366-4’ of ‘getest volgens de EN 13501-2’ getuigen van weinig kennis van zaken.

In productinformatie wordt zelden de classificatie van het product vermeld. Deze is echter van groot belang voor de opdrachtgever. Niet elke brandwerende kit is immers geschikt voegbewegingvoor bijvoorbeeld een werkende horizontale voeg van 40 mm. Wij vroegen de classificatierapporten op van brandwerende kitten die op de Nederlandse markt verkrijgbaar zijn. Dit zijn de bevindingen:

  • Producten blijken soms alleen getest volgens de EN 1366-3 (doorvoeringen).
  • De classificatie is alleen van toepassing voor verticaal gebruik (V-classificatie)
  • De meeste kitten zijn alleen getest in statische toestand (X-classificatie) en zijn dus ongeschikt voor toepassing in werkende voegen.
  • De opgegeven brandwerendheid (EI-waarde) is geldig voor een beperkte voegbreedte (meestal tot 30 mm, soms tot 50 mm).

Meer informatie over classificatie van brandwerende voegafdichtingen vindt u in het artikel ‘Brandwerende voegafdichting, tien controlepunten’.

Gesteld kan worden dat veel brandwerende kitten niet geschikt zijn voor het afdichten van werkende brede dilatatievoegen. Enkele producten beschikken echter wel over de juiste KitMetWolclassificatie. Deze blijkt dan in alle gevallen te zijn gebaseerd op een voeg die volledig is gevuld met minerale wol van een bepaalde dichtheid en met een nauw omschreven compressie. De vraag doet zich dan voor in hoeverre de brandwerendheid nog wordt gerealiseerd door de kit. Een concurrerend product als Vedafeu C is gemaakt van minerale wol en heeft een classificatie EI 240. Zonder kit!

Bij een verdere vergelijking tussen Vedafeu C en een met minerale wol gevulde en met kit afgewerkte voeg is de eerstgenoemde in verschillende opzichten de betere keus voor werkende dilatatievoegen. Vedafeu C, een koord van minerale wol dat is samengebonden met glasvezelgaren, heeft onder alle omstandigheden de compressie waarmee ook is getest. Het glasvezelgaren staat immers garant voor een constant volume van het koord. Controle op de kwaliteit van de voegafdichting kan dus achterwege blijven. Zeker wanneer het gaat om grotere voegbreedten is Vedafeu C prijstechnisch interessant. Als alle materialen en hun verwerking worden meegerekend, dan biedt Vedafeu C een betrouwbare en voordelige oplossing.

Voegen in brandcompartimenten

In brandwerende scheidingsconstructies komen naast deuren en ramen ook andere openingen voor zoals leidingdoorvoeringen en dilatatievoegen. Om te voorkomen dat een brand zich via deze openingen snel kan uitbreiden, dienen de voegen te worden afgedicht met materialen die voldoen aan de gestelde eisen. Welke normen en classificaties gelden er voor deze voegafdichtingen?

Landelijke voorschriften voor het brandveilig gebruik van gebouwen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Ook als er geen vergunningen of gebruiksmeldingen nodig zijn, moet een gebouw voldoen aan de brandveiligheidseisen. De algemene eisen uit het Bouwbesluit zijn voor de meeste gevallen voldoende om een brandveilig gebruik van een bouwwerk te waarborgen.

Uitgangspunt bij de brandveiligheidseisen is compartimentering. Door de opdeling van een gebouw in aparte ruimten wordt verhinderd dat een brand zich ongehinderd en ongelimiteerd kan verspreiden. Een brandcompartiment, dat bestaat uit één grote of verschillende kleine ruimten, moet gedurende een bepaalde tijd vuur en rook tegengehouden zodat een veilige vluchtroute ontstaat voor de in het gebouw aanwezige personen.  Rook verspreidt zich veel sneller dan brand en kan de vlucht uit een gebouw ernstig  vertragen.  Het bouwbesluit eist daarom dat een brandcompartiment moet worden opgedeeld in één of meer rookcompartimenten of zogenoemde subbrandcompartimenten. De grootte van de diverse ruimten is afhankelijk van vorm en grootte van het gebouw, gebruiksfunctie en de mogelijke bezettingsgraad.

Vedafeu-N-voorbeeld-3

brandwerende voegafdichting onder dilatatievoegprofiel

Een compartiment wordt in principe begrensd door vloer, plafond en wanden. Deze bouwdelen dienen elk een bepaalde brandwerendheid te hebben. De brandwerendheid wordt uitgedrukt in de tijd dat een element zijn taak naar behoren vervuld.  Voor de vaststelling daarvan verwijst het bouwbesluit naar NEN 6068. Hierin wordt een verbinding gemaakt tussen de begrippen brandwerendheid en de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag  WBDBO. De WBDBO is de kortste tijd die een brand nodig heeft om zich uit te breiden van het ene naar het andere compartiment. In dit artikel gaan we alleen in op branddoorslag. Dit is uitbreiding van een brand anders dan via de buitenlucht. De weerstand tegen branddoorslag van een constructie kan worden bepaald aan de hand van de brandwerendheid van de verschillende bouwstoffen op de weg van de brand. Een voegvulling met daarop een dilatatievoegprofiel heeft bijvoorbeeld een andere WBDBO dan een voegvulling alleen.

Voor de vaststelling van de brandwerendheid van een bouwstof verwijst de 6068 naar testnorm NEN 6069. Deze is inmiddels vervangen door diverse Europese normen en geldt als ‘brugdocument’. Brandwerende voegvullingen worden getest volgens EN 1366-4 ‘afdichtingen voor lineaire voegen’.  De brandwerendheid wordt vervolgens vastgesteld met de EN 13501-2.

brandcurve-ISO-834

standaard brandcurve

Lineaire voegen kunnen voorkomen in zowel wanden als plafonds. Vedafeu brandwerende voegvullingen zijn daarom getest in zowel horizontale als verticale positie. In beide gevallen werd de voegvulling aangebracht tussen twee betonnen platen van 200 mm dikte. Omdat de afdichtingen vaak in bewegende dilatatievoegen worden toegepast, werd tijdens de test de voegopening langzaam groter gemaakt tot een bepaald maximum na 59 minuten.  In het proefstuk werd een verbinding opgenomen tussen twee stukken van de bouwstof.

De officiële classificaties van bijvoorbeeld Vedafeu C zijn:

  • EI 240 – H – M 20 – B – W10 to 200
  • EI 240 – V – M 20 – B – W10 to 120

Dit betekent:

EI xxx:  Vlamdichtheid en temperatuurisolatie in minuten.  Er mogen geen vlammen door de constructie komen. De temperatuur aan de koude kant mag niet meer dan 140 °C gemiddeld en 180 °C op bepaalde punten oplopen.

H/V: Horizontale of verticale toepassing

M xx: Het getal staat voor het percentage dat de voeg werd geopend

B: Fabrieks- en ter plaatse gemaakte verbindingen

W: De breedte van de oorspronkelijke voeg waarvoor de classificatie van toepassing is.

Meer informatie over de geschiktheid van afdichtingsmaterialen vindt u in: ‘Brandwerende voegafdichting, 10 controlepunten‘.