Voegovergangsconstructies voor fiets- en voetgangersbruggen

Fiets- en voetgangersbruggen zijn kunstwerken in de civieltechnische betekenis. Net als bruggen en viaducten voor zwaarder verkeer, valt het ontwerp onder de Richtlijn Ontwerpen Kunstwerken (ROK). Dit geldt alleen voor projecten van Rijkswaterstaat, maar ook lagere overheden kunnen de richtlijn volgen. De ROK verwijst voor voegovergangsconstructies naar de RTD 1007. In deze serie van vier documenten is een onderscheid gemaakt in constructies voor autowegen en niet-autosnelwegen. Kunstwerken voor langzaam verkeer hebben geen aparte categorie. Gesteld kan worden dat de aangedragen oplossingen daarom te fors gedimensioneerd zijn voor fiets- en voetgangersbruggen.

De meeste fiets- en voetgangersbruggen worden alleen gebruikt door wandelaars en al dan niet gemotoriseerde fietsers. Daarbij wordt in het ontwerp soms rekening gehouden met incidenteel fietsbruggebruik door onderhouds- en calamiteitenvoertuigen. Deze wagens zijn weliswaar zwaar, maar de oplegdruk is niet groter dan 1 N/mm². Alleen in geval van heftrucks of andere voertuigen met harde banden is sprake van hogere puntlasten. De verkeerssnelheid is altijd relatief laag.

De meerkeuzematrix (RTD 1007-1) kent als laagste verkeerscategorie “wegen met weinig vrachtverkeer en bovendien uitsluitend bestemmingsverkeer”. Het bijbehorende aantal zware voertuigen bedraagt 50.000 per jaar per rijstrook. De stelling dat de in het document aangedragen voegafwerkingen zijn overgedimensioneerd voor toepassing in fiets- en voetgangersbruggen is hiermee onderbouwd. Goede alternatieven zijn echter voorhanden.

Waterdichte dilatatievoegprofielen worden al decennia met succes toegepast in bijvoorbeeld parkeergarages, hellingbanen en parkeerdaken. Het gaat hier om een categorie bouwstoffen waarmee veel ervaring is opgedaan in burgerlijke en utiliteitsbouwprojecten. De verkeerslasten en passeersnelheden op een parkeerdak of hellingbaan zijn vaak hoger dan op een fietsbrug. De belastbaarheid is dus geen punt. Qua waterdichtheid zijn de B&U-voegprofielen superieur aan de oplossingen uit de meerkeuzematrix. Een winkel onder een parkeerdak is veel gevoeliger voor lekkage dan een landhoofd van een brug of viaduct.

Het meest toegepaste waterdichte Buchberger dilatatievoegprofiel is type VA.8.95. Dit product kent een aantal varianten en is uitermate geschikt voor toepassing in fiets- en voetgangersbruggen. De VA.8.95 heeft een maximale bewegingscapaciteit van 40 (± 20) mm. Wanneer dit niet voldoende is, dan zijn de VA.8.115 (± 30 mm) en de VA.8.135 (± 40 mm) beschikbaar. In alle gevallen gaat het om dezelfde staalconstructie. Alleen het tussenrubber varieert.

voegprofielen

Type VA.8.95 heeft net als alle andere waterdichte Buchberger voegprofielen een aparte folie. Dit ligt veilig onder het harmonicavormige tussenrubber. Ook wanneer het rubber wordt beschadigd, treedt geen lekkage op. Dooizouten krijgen dus geen kans.

VA895FHet profiel is leverbaar in verschillende uitvoeringen. Het moment van inbouw dan wel de toplaag is maatgevend voor de keuze van het profiel. Bij (giet)asfalt wordt doorgaans een waterdichte onderlaag aangebracht. De keuze valt dan op type VA.8.95/.. F. De “F” staat voor (lange) folie. Deze kraagt uit het profiel en is bedoeld om te worden opgenomen tussen twee lagen dakbedekking. Voor brugdekken met een watervoerende toplaag zoals kunsthars, kiest men het profiel met korte folie. De aansluiting tussen de folie en toplaag wordt dan gemaakt met een 5 mm brede kitnaad. VA895OHiermee worden tevens de stuiknaden tussen de profiellengten afgedicht.  De VA.8.95/O tenslotte is bedoeld voor toepassing in ter plaatse gestort beton. Dit profiel wordt standaard geleverd met een sparingsprofiel waarmee een naad aan weerszijden van de voeg wordt gecreëerd. De achteraf in te bouwen voegprofielen zijn leverbaar vanaf een hoogte van 20 mm. Combinaties van verschillende uitvoeringen of hoogten zijn uiteraard leverbaar.

Combi

Referentieprojecten:

Voegherstel in kunststofvloer

MIJtech kunststofvloeradvies werkt graag samen met bedrijven die de combinatie service en techniek al wat langer op een hoog niveau in de markt presenteren. In één van de projecten, een parkeerdak in Almere, waar MIJtech al jarenlang inspecties van de toplaag uitvoert en advies uitbrengt ten aanzien van onderhoud en herstel, was een hardnekkig probleem met de aansluiting in een doorgang tussen twee gebouwen. Hier was een lekkende dilatatievoeg aanwezig met een extreem grote werking. De voeg werd belast door personenautoverkeer. Er was behoefte aan een duurzame oplossing waarbij de voeg én waterdicht én berijdbaar moest zijn.

Eenvoudige dilatatievoegconstructies hielden niet lang stand. MIJtech heeft Arcas en SBO Specialistische Bedekkingen en Onderhoudstechnieken bv uitgenodigd om samen tot een oplossing te komen. VA8115De bedrijven stelden voor om de bestaande voegconstructie inclusief de aanwezige  ‘verkeersdrempel’ weg te slopen en een vloeistofdicht voegprofiel met voldoende werking op de dakplaten aan te brengen. Het nieuwe profiel – de Buchberger VA.8.115 – heeft een bewegingscapaciteit van ± 30 mm en is leverbaar in de geringe hoogte van 20 mm. Met scheggen van epoxybeton aan weerszijde van het profiel kon dit hoogteverschil eenvoudig worden overwonnen.

eindresultaat2In eerste instantie schrokken de partijen van de kostenaspecten. Maar na uitleg en duidelijke garantiestelling, gekoppeld aan de niet positieve ervaringen tot dat moment, koos men voor de degelijke oplossing van Arcas. We zijn nu inmiddels twee winters verder en de gekozen voegoplossing is nog als nieuw.

Kunststofvloeren zijn voor vele industriële, zakelijke en particuliere toepassingen een uitstekende oplossing. Helaas kunnen zich ook problemen voordoen, die meestal het gevolg zijn van een verkeerde vloersysteemkeuze in combinatie met een bepaalde ondergrond. Deskundige en onafhankelijke advisering voorkomt deze problemen. MIJtech kunststofvloeradvies is – voor zover bekend – het enige adviesbureau dat zich in kunststofvloeren (onder andere gietvloeren) heeft gespecialiseerd. Circa 25 jaar ervaring met praktische vakkennis, ondersteund door veel opleidingen, staan garant voor vakmanschap. MIJtech kan onafhankelijk, deskundig en ervaren hulp bij toezicht bieden tijdens applicatie, bij vloerproblemen of bij vloerbeoordelingen.

Tot de werkzaamheden van MIJtech behoren:

  • parkeerdakNiet destructief onderzoek: visuele inspecties, vochtmetingen onder de kunststofvloer, hardheids- en stroefheidsmetingen, uitvoeren van kleurscans en glansmetingen, de krasvastheid bepalen en het meten van de elektrische weerstand en/of elektrische spanningsopbouw;
  • Destructief onderzoek: bepaling van systeemopbouw en systeemdikte, meting van de hechtsterkte, plaatsbepaling van schademechanismen en bepaling van het type schade;
  • Nader onderzoek: microfotografie, laagherkenning en nauwkeurige diktemetingen, blaasvochtanalyse, PH metingen. Dit alles, indien nodig, samen met erkende laboratoria.

Dit artikel is geschreven door René Mijling, directeur/eigenaar van MIJtech. Mijling is gastdocent van Savantis, de schakel tussen het bedrijfsleven en beroepsonderwijs. MIJtech kunststofvloeradvies is lid van de Normcommissie NEC 101 (ESD-ATEX) als vloerenexpert en lid van de EMC-ESD vereniging. Deze vereniging houdt zich bezig met elektromagnetische Compatibiliteit (EMC) en/of statische elektriciteit (ESD).

Brandwerende kit

Naden en voegen zijn onvermijdelijk in bouwkundige constructies. Ze kunnen als zwakste schakel bepalend zijn voor de brandwerendheid van een brandcompartiment. Afdichtingsspecialisten adviseren de toepassing van een brandwerende kit. Prima materiaal, maar is het ook geschikt voor alle omstandigheden? Is een kit waarmee een doorvoering rond een buis of leiding wordt afgewerkt ook te gebruiken in een dilatatievoeg? Is het afdichtingsmateriaal voor een naad in een bouwkundige aansluiting ook getest in een bewegende voeg? In dit artikel gaan we in op de toepasbaarheid van brandwerende kitten in dilatatievoegen.

De brandwerendheid van bouwmaterialen wordt vastgesteld aan de hand van Europese normen. Onderscheid wordt gemaakt tussen test- en classificatienormen. In een testnorm normwordt beschreven hoe de brandwerendheid van bijvoorbeeld dragende en niet-dragende elementen, (lift)deuren, luiken, ramen en installaties dient te worden beproefd. De classificatienorm beschrijft hoe de resultaten van de proeven moeten worden gecategoriseerd. De testnorm voor dilatatievoegen is vreemd genoeg ingedeeld in de serie EN 1366 voor ‘Bepaling van de brandwerendheid van installaties in gebouwen´. Hier vinden we ook de testnormen voor ventilatiekanalen, brandkleppen, serviceschachten en doorvoeringen. De voeg of naad rond een leidingdoorvoering is natuurlijk wat anders dan een bouwkundige dilatatievoeg. Daarom zijn er verschillende testnormen. Voegvullingsmaterialen zoals kit kunnen worden getest volgens de EN 1366-3 (doorvoeringen) en de EN 1366‑4 (afdichting van rechte voegen). Voor de classificatie wordt in beide gevallen norm 13501-2 gebruikt.

Het verschil tussen een test- en een classificatienorm blijkt voor sommige applicatiebedrijven maar ook voor producenten en leveranciers van kit niet helemaal duidelijk. Promotionele kreten als ‘voldoet aan de Europese norm 1366-4’ of ‘getest volgens de EN 13501-2’ getuigen van weinig kennis van zaken.

In productinformatie wordt zelden de classificatie van het product vermeld. Deze is echter van groot belang voor de opdrachtgever. Niet elke brandwerende kit is immers geschikt voegbewegingvoor bijvoorbeeld een werkende horizontale voeg van 40 mm. Wij vroegen de classificatierapporten op van brandwerende kitten die op de Nederlandse markt verkrijgbaar zijn. Dit zijn de bevindingen:

  • Producten blijken soms alleen getest volgens de EN 1366-3 (doorvoeringen).
  • De classificatie is alleen van toepassing voor verticaal gebruik (V-classificatie)
  • De meeste kitten zijn alleen getest in statische toestand (X-classificatie) en zijn dus ongeschikt voor toepassing in werkende voegen.
  • De opgegeven brandwerendheid (EI-waarde) is geldig voor een beperkte voegbreedte (meestal tot 30 mm, soms tot 50 mm).

Meer informatie over classificatie van brandwerende voegafdichtingen vindt u in het artikel ‘Brandwerende voegafdichting, tien controlepunten’.

Gesteld kan worden dat veel brandwerende kitten niet geschikt zijn voor het afdichten van werkende brede dilatatievoegen. Enkele producten beschikken echter wel over de juiste KitMetWolclassificatie. Deze blijkt dan in alle gevallen te zijn gebaseerd op een voeg die volledig is gevuld met minerale wol van een bepaalde dichtheid en met een nauw omschreven compressie. De vraag doet zich dan voor in hoeverre de brandwerendheid nog wordt gerealiseerd door de kit. Een concurrerend product als Vedafeu C is gemaakt van minerale wol en heeft een classificatie EI 240. Zonder kit!

Bij een verdere vergelijking tussen Vedafeu C en een met minerale wol gevulde en met kit afgewerkte voeg is de eerstgenoemde in verschillende opzichten de betere keus voor werkende dilatatievoegen. Vedafeu C, een koord van minerale wol dat is samengebonden met glasvezelgaren, heeft onder alle omstandigheden de compressie waarmee ook is getest. Het glasvezelgaren staat immers garant voor een constant volume van het koord. Controle op de kwaliteit van de voegafdichting kan dus achterwege blijven. Zeker wanneer het gaat om grotere voegbreedten is Vedafeu C prijstechnisch interessant. Als alle materialen en hun verwerking worden meegerekend, dan biedt Vedafeu C een betrouwbare en voordelige oplossing.

Voegprofielen in gietasfalt

Parkeerdak P23 van FloraHolland in Aalsmeer kampt al enige jaren met lekkage. De vele reparatieplekken in de bestaande toplaag getuigen daarvan. In 2014 werd daarom besloten het immense oppervlak van bijna 70.000 m² ingrijpend te renoveren. Nieuw gietasfalt en moderne voegprofielen moeten het dak de komende decennia waterdicht houden. Het project wordt gespreid over meerdere jaren. In 2014 is de eerste fase uitgevoerd, in 2015 is gestart met fase twee. Beide zijn aangenomen door BAM Infra BV regio Wegen Noordwest. Het werk zal in totaal vijf fasen omvatten. De hoofdaannemer heeft het aanbrengen van gietasfalt uitbesteed aan de combinatie SBO BV – Ballast Nedam Infra Specialiteiten BV. Op dit moment is fase 2 in volle gang. Hoe wordt de renovatie aangepakt? Wat is de werkwijze bij het aanbrengen van de voegprofielen?

Het veilingcomplex aan de Legmeerdijk is in 1972 in gebruik genomen. Parkeerdak P23 wordt gebruikt door werknemers, toeristen en bezoekers van de bloemenveiling.Ertex Het dak is gebouwd volgens het zogenoemde Ertex-systeem. Dit is een koud dakconstructie bestaande uit twee betonnen daklagen die worden gescheiden door gemetselde poeren. De spouw boven de isolatiedekens wordt geventileerd door middel van langwerpige ventilatieopeningen met een stalen afdekkap.

De dilatatievoegen waren oorspronkelijk afgewerkt met een Honel voegprofiel. Vanwege lekkages zijn deze in de loop der jaren deels vervangen door tussen hoekijzers geklemde kamerprofielen. Dit is een oplossing die vaak wordt toegepast bij kunstwerken maar niet bekend staat om zijn gegarandeerde waterdichtheid. De oorzaak van een lekkage is niet eenvoudig te vinden bij het Ertex-systeem. Lekwater kan zich immers verspreiden over de onderste daklaag.

OnderlaagBij deze renovatie wordt het bestaande gietasfalt volledig verwijderd. Om lekkage te voorkomen heeft de hoofdaannemer grote tenten geplaatst. Nadat het dak is ontdaan van de oude toplaag, kan worden begonnen met de opbouw van de nieuwe. Deze bestaat uit een tweelaagse gewapende gietasfaltconstructie. De opbouw is als volgt:

  • Scheidingslaag van glasvlies
  • BovenlaagGemodificeerde bitumineuze dakbedekking, los gelegd en overlappen gelast
  • Bouwstaalwapening               150 x 150 x Ø 5 mm
  • Gietasfalt onderlaag 25 mm
  • Gietasfalt bovenlaag 25 mm
  • Instrooilaag van schoon grind

Zodra de dakbedekking is aangebracht, is het dak weer waterdicht en staan de verdere werkzaamheden niet meer onder druk van het voorkomen van lekkage.

ProfielVoor de afwerking van de dilatatievoegen is gekozen voor voegprofielen type VA.8.115/52 F. Met dit profiel kan een perfecte aansluiting worden gemaakt op de dakbedekking. De hoogte van 52 mm is afgestemd op de dikte van het gietasfalt. Een belangrijk voordeel van Buchberger voegprofielen is de aparte waterdichte folie. Deze ligt veilig onder het harmonicavormige tussenrubber. Ook wanneer het rubber wordt beschadigd, treedt geen lekkage op. Een bijkomend voordeel van de folie is dat dure verticale hoekstukken vaak overbodig zijn. Bij dit project liggen de uiteinden van de voegen bij de kopse kant van de ventilatiekanalen en achter een met staal beklede borstwering. De folie wordt hier eenvoudig tegen de opstand opgezet en ingeplakt. De kappen van de ventilatiekanalen en de stalen wandafwerking dekken het geheel waterdicht af.Eindresultaat

De monteurs van SBO BV uit Andelst hebben inmiddels ruim tien jaar ervaring in het plaatsen van Buchberger profielen. Ze stellen de profielen op de juiste hoogte en verankeren ze. De meeste zorg wordt besteed aan het plaatsen van de folie. Waar nodig – bijvoorbeeld bij kruisingen en T-stukken – worden met een föhn lassen gemaakt. Vervolgens wordt het tussenrubber aangebracht en afgeklemd met de afdekstrips van het profiel. De uitkragende folie wordt daarna ingeplakt tussen twee lagen dakbedekking. Bij het aanbrengen van het gietasfalt wordt een sparing gelaten aan weerszijde van het profiel. Deze wordt later gevuld met gemodificeerde bitumen.

Voegprofiel VA.8.95 in parkeerdak met kunsthars toplaag

De onderzijde van het parkeerdek van het Alrijneziekenhuis te Alphen aan den Rijn vertoonde flinke sporen van lekkage. Het meeste lekwater kwam uit de dilatatievoegen, maar ook de naden van de gekoppelde kanaalplaten waren niet geheel vrij van leksporen. Bij nader onderzoek bleek dat de kunsthars toplaag van het slechts acht jaar oude dak versleten was. Aannemer Blom Flooring Systems uit Enter kreeg opdracht een nieuwe toplaag aan te brengen en de voegprofielen te vervangen. Op basis van de goede ervaringen op eerdere projecten koos Blom voor het Buchberger voegprofiel VA.8.95. Hoe werd deze klus aangepakt en wat zijn de aandachtspunten bij de montage van het dilatatievoegprofiel?

Tot de fusie met het Leidse Diaconessenhuis op 1 januari 2015 was het hospitaal bekend onder de naam Rijnland ziekenhuis. Het is een streekziekenhuis met vijftig bedden, poliklinieken en een afdeling dagbehandeling. De tweelaagse parkeergarage is doorgaans goed bezet. Om voldoende parkeercapaciteit te garanderen moest het werk in twee delen worden uitgevoerd. overzichtsfoto_200De scheiding van de twee helften lag dwars op de dilatatievoegen. In het aanbestedings-traject van de opdrachtgever was een keuze gemaakt voor een Triflex afdichtingsysteem. Blom Flooring Systems is leverancier en applicateur van hoogwaardige kunststofvloerafwerkingen waaronder die van Triflex.

Voor dit parkeerdak werd gekozen voor ‘Triflex ProPark variant 1’. Dit is een scheuroverbruggend, waterdicht systeem op basis van polymethylmethacrylaat (PMMA). Een groot voordeel is dat ProPark verwerkbaar is bij lage temperaturen. Triflex_ProParkBenodigd is een droge vorstvrije ondergrond en een relatieve vochtigheid van maximaal 85%. Mede vanwege de gedeeltelijke uitvoering in de wintermaanden van 2014/2015 was condensatie van de betonnen ondergrond een belangrijk aandachtspunt. Dit treedt op als de temperatuur van het beton lager is dan het dauwpunt. Omdat het hier een renovatiewerk betrof, zijn eerst hechtproeven uitgevoerd. Hieruit bleek dat overlagen van de bestaande epoxy afwerking na intensief stralen mogelijk was.

De ondergrond van het parkeerdak bestaat uit een 60 mm dikke drukplaag op kanaalplaten. Deze platen zijn doorsnedeopgelegd op hoed- en petliggers. De dilatatievoegen waren afgewerkt met een instortvoegenband met daarboven stalen hoekprofielen die waren verankerd in de druklaag. Een inmiddels losliggende kitvulling moest het vuil weg houden uit de voeg.

Aan weerszijden van de hoekprofielen werden zaagsneden gemaakt tot op de kanaalplaten. Gesteld_op_draadeindenAlle materialen binnen de zaagsneden werden verwijderd.  Normaliter worden Buchberger voegprofielen gesteld op mortel en na harding vastgezet met schroefankers. Op de stalen ligger was dat niet mogelijk . Besloten werd draadeinden aan te brengen aan beide zijden. Aan één kant gelast op het staal, aan de andere chemisch verankerd in de kanaalplaatvloeren. Met moeren werd het profiel op hoogte gesteld, vastgezet en vervolgens ondersabeld.

De waterdichte laag van Buchberger dilatatievoegprofielen bestaat uit een aparte folie. Deze loopt over de onderconstructie van het profiel en wordt afgeschermd door het rubber harmonicaprofiel. Bij projecten met een watervoerende toplaag wordt een voegprofiel met korte folie toegepast. gevulde naadDeze steekt slechts een klein stukje uit het profiel. Om zijdelingse indringing van water via de stuiknaden van de onderconstructie tegen te gaan, dient de folie goed aan te sluiten op de kunsthars toplaag. Daartoe wordt direct naast het profiel aan beide zijden een ongeveer 5 mm brede naad aangebracht. Deze wordt naderhand gevuld met kunsthars of kit. Om het juiste formaat sparing te verkrijgen, levert Buchberger een speciaal bekistingsprofieltje mee: de VP5/20.resultaat

Bij dit project eindigt het voegprofiel aan beide zijden in een goot. De aparte folie in Buchberger waterdichte voegprofielen biedt het voordeel van eenvoudig te realiseren beëindigingen. In de goot liet de aannemer de folie doorlopen tot op de gootbodem. Door de overgang tussen de gootboden en de folie te voorzien van Triflex ProDetail werd een waterdichte aansluiting gecreëerd.

Het resultaat is een prachtig dak dat weer vele jaren mee kan.

Voegovergangsconstructies, van bestellen tot plaatsen

Bij de bouw van een nieuwe brug over het Zenne kanaal Brussel-Schelde in Vilvoorde werden ‘waterdichte brugdekvoegen met een dilatatiecapaciteit van 80 mm’ voorgeschreven voor de afwerking van de voegen tussen landhoofden en brugliggers. Aan één zijde van de brug is de voeg zestien meter lang, aan de andere kant 22 meter. Hoofdaannemer CEI De Meyer – medio 2015 opgegaan in BAM Contractors  – bestelde voor het werk van overheidsorganisatie Waterwegen en Zeekanaal nv de voegconstructies van onze fabrikant Schreiber Brücken Dehntechnik (SBD). Een fabrieksmonteur werd ingeschakeld om ze te plaatsen. Hoe verloopt het proces van bestellen tot plaatsen?

Volgens de terminologie van de Nederlandse Rijkswaterstaat gaat het hier om ‘enkelvoudige voegovergangsprofielen met een in constructie opgenomen stalen randprofielen met ingeklemde voegprofielen’. Dit zijn degelijke staalconstructies die al jaren worden toegepast bij kunstwerken. In de nieuwbouwvariant is de verwachte levensduur veertig jaar. SBD produceert  zo’n 3.000 meter ontwerpper jaar van deze zogenoemde voegovergangsconstructies (voc’s)  en monteert ze doorgaans ook. De kern van elke voc is het klauwprofiel. Hierin wordt het rubber afdichtingsprofiel geklemd waarmee de waterdichting wordt gerealiseerd. De verankering wordt afgestemd op de brugconstructie. Vóór fabricage wordt eerst een ontwerp gemaakt, waarin naast de verankering ook het profiel van de weg inclusief knikken en trottoirs wordt aangegeven.

In het geval van deze brug ging het om twee vlakke voegen zonder knikken of trottoirs. Bijzonder was wel dat het brugdek later zou worden afgewerkt met een bestrating van tien centimeter dikke basaltblokken in een mortelbed en niet, zoals gebruikelijk, met een laag asfalt. voc_inhijsenOm deze reden moest de constructie flink hoger worden dan normaal. Het eerste ontwerp werd gemaakt op basis van de tekeningen van de opdrachtgever. Na aanpassing van enkele kleine details, konden de voegconstructies in productie worden genomen in de fabriek in Mainhardt.

Op de afgesproken dag werden de brugvoegen aangevoerd. De lengte van zestien meter in één geheel, de voc van 22 meter om vervoertechnische redenen in twee delen. Voor zover mogelijk waren de rubber profielen al in de klauwen aangebracht. Met een mobiele kraan werden de voegconstructies naast de voegen geplaatst. Hier konden de transportsteunen worden verwijderd. Vervolgens werden ze boven de sparing gehangen. De fabrieksmonteur kon op die manier zien welke wapeningsbeugels moeten worden omgezet. Zodra de voegconstructie past_perfectweer uit de sparing was getild, konden de beugels – zowel van de voeg als van landhoofd en brugdek – met behulp van voorhamer en stootijzer in de gewenste positie worden gezet. Toen de voegconstructies definitief op hun plaats werd gezet, paste alles perfect.

bekistingsblikSBD voegconstructies zijn altijd voorzien van een verloren bekisting. Deze 1 mm dikke verzinkte stalen plaat is gemonteerd aan de constructie. Het moet voorkomen dat betonmortel, bij het vullen van de resterende sparing, in de voeg loopt. Alvorens de voegconstructie kan worden geplaatst moet het blik worden voorzien van binddraad. Hiermee wordt de bekisting later strak tegen de voegwanden aangetrokken. Bij deze klus worden de medewerkers van de aannemer ingeschakeld. Zodra de voegconstructies definitief op hun plaats zijn gezet, is de kraan niet meer nodig. Het op de juiste hoogte stellen gebeurt met dommekrachten. De uitvoerder geeft aan wat de juiste positie is. Vervolgens kan de fabrieksmonteur aan de slag. op_hoogte_stellenMet behulp van een waterpastoestel en de dommekrachten worden voegconstructies op de juiste hoogte uitgelijnd. Zodra dit is gebeurd, worden wapeningsstaven aangebracht door de beugels en wordt de constructie vast gelast. Daarna kunnen de afstandhouders worden verwijderd.

De twee delen van de 22 meter lange voegconstructie werden aan elkaar gelast. Vervolgens werd de corrosiewering hersteld en het rubber voegprofiel in het kortste deel aangebracht. Hiermee waren de werkzaamheden van de fabrieksmonteur klaar. De afwerking was, zoals altijd, een taak van de hoofdaannemer.

Brandbescherming bouwstoffen

Constructieve bouwmaterialen moeten worden beschermd tegen bezwijking door brand. Meestal zijn daarvoor prima oplossingen voorhanden, maar hoe dekken we bouwstoffen af die zijn opgenomen in een werkende voeg? Lengteverandering van de bouwdelen moet  immers mogelijk blijven.  Zonder beschermende maatregelen kan de hitte van de brand in de voeg zijn destructieve werk doen. Ook niet constructieve materialen zoals  instortvoegenband, lopen het gevaar te worden aangetast door brand. De kunststof is niet bestand tegen vlammen en hoge temperaturen. Daarbij zijn in een voeg ingebouwde materialen niet gemakkelijk te vervangen. Een reden te meer om het juiste brandwerende materiaal toe te passen.

In de regelgeving omtrent brandveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen de veiligheid voor de gebruikers van het gebouw en de veiligheid met betrekking tot bezwijken. In de veiligheid voor de in het pand aanwezige personen wordt voorzien door de opdeling van een gebouw in brandcompartimenten. Deze bestaan uit één grote of verschillende kleine ruimten. Compartimentering verhindert dat een brand zich ongehinderd en ongelimiteerd kan verspreiden waardoor veilige vluchtwegen worden geboden voor de aanwezigen. Het biedt echter geen oplossing voor het bezwijken van een draagconstructie. Een (tijdelijk) geïsoleerde brand kan nog altijd schade aanrichten aan de draagkracht met bezwijking alsdeuvel mogelijk gevolg. Als een constructiedeel tot de hoofddraagconstructie behoort, kan bezwijking zelfs leiden tot instorting van het gehele gebouw.

Ook ‘onbrandbare’ materialen als gewapend beton en staal kunnen bezwijken als gevolg van brand. Boven de honderd graden Celsius loopt de stijfheid van staal al terug. Bij temperaturen boven 400 °C neemt ook de sterkte af. Ook in gewapend beton is staal de zwakste schakel. Het dekkingslaag kan bij hoge temperaturen van de wapening spatten, waardoor deze bloot komt te liggen en alsnog in direct contact komt met het vuur.

Draagconstructies dienen dus beschermd te worden tegen met name de hitte van een brand. De eisen zijn afhankelijk van de hoogte en de gebruiksfunctie  van het gebouw. Onderscheid wordt gemaakt tussen ´slaapgebouwen´ zoals  ziekenhuizen en hotels en ´niet-slaapgebouwen’. Voor de hoofddraagconstructie van hoge slaapgebouwen gelden de zwaarste eisen. Momenteel is dat 120 minuten.

Het Bouwbesluit hanteert als definitie voor de brandwerendheid tegen bezwijken ‘de tijd gedurende welke een constructieonderdeel bij verhitting van de standaard brandkromme weerstand kan bieden aan de erop werkende belasting’. Deze standaard brandkrommebrandkrommen is vastgelegd in norm EN 1363-1 en geeft het gestandaardiseerde verloop aan van de temperatuur gedurende de tijd. De standaard brandkromme wordt doorgaans gebruikt bij het beproeven en classificeren van bouwstoffen en constructies. Naast de standaard brandkromme zijn er ook andere curven in gebruik.

Smalle voegen worden meestal gedicht met een speciale kit. Alleen de beste kitten halen een brandwerendheid van 120 minuten. Maar is dat ook in alle omstandigheden het geval? Geldt de opgegeven waarde voor elke voegbreedte? Mag het materiaal ook worden gebruikt in bewegende voegen? Een classificatierapport volgens norm EN 13501-2 geeft duidelijkheid. Een nadere uitleg over de classificatie vindt u in het artikel ‘Brandwerende voegafdichting, tien controlepunten’.

Vedafeu voegafdichtingen kunnen worden toegepast in al dan niet werkende dilatatievoegen met een initiële voegbreedte van 10 tot 560 mm. Bij de classificatiebeproevingen wordt het materiaal aangebracht tussen twee betonnen platen van 200 mm dikte. instortvoegenbandTijdens de proef wordt de temperatuur gemeten aan het oppervlak van de niet-brandzijde. Wanneer deze 180 °C is opgelopen, wordt de test gestopt en de tijd genoteerd. Aangenomen mag worden dat de temperatuur in de voeg in veel gevallen iets sneller oploopt. Een materiaal met een hoge brandwerendheid biedt in ieder geval de beste garantie dat de hitte zo lang mogelijk wordt weggehouden van de in de voeg opgenomen bouwstoffen.

Lekkende parkeerdaken

Sommige parkeerdaken lekken enkele jaren na oplevering al. Langdurige lekkage laat zijn sporen na en geeft een aftandse indruk. Naast esthetisch verval en ongerief kan de indringing van hemelwater ook schade veroorzaken aan voertuigen die onder het dak geparkeerd staan. Lekwater dat door of langs beton sijpelt, wordt namelijk in meer of mindere mate basisch. De lak van een auto of motor is slecht bestand tegen alkalische vloeistoffen. De parkeergebouwen die wij op uitnodiging bezoeken zijn doorgaans lek. Beweerd wordt dat dit het geval is bij 80 tot 90% van alle bovengrondse parkeergarages en parkeerdaken. Waar of niet waar, duidelijk is wel dat er vaak iets mis is met de waterdichtheid van deze bouwwerken. In het artikel ‘Waar zit het lek?’ is aandacht besteed aan de uitvoering van de waterdichte voegafwerking. Met name de details zoals opstanden, hoeken en kruisingen vragen om vakmanschap. Hier worden de meeste uitvoeringsfouten aangetroffen. In de ontwerpfase valt nog meer te winnen. Het verhelpen van lekkage als gevolg van een verkeerde materiaalkeuze of een gebrekkige detaillering is immers ingrijpend en kostbaar. In dit artikel worden zes praktijkvoorbeelden gegeven waar het tijdens de voorbereidingsfase mis kan gaan. Doe er uw voordeel mee!

Losliggende afwerklaag zonder dilatatievoegprofielen

In geballaste dakconstructies is het waterdichte membraan de scheiding tussen de draagconstructie en het pakket daarboven. De materialen boven en onder het membraan worden geacht onafhankelijk van elkaar te bewegen. De praktijk leert vaak anders. De lagen raken toch min of meer verbonden. DSC03331-300De voegbewegingen in de draagconstructie leiden dan tot scheurvorming in de bovenlagen en in het membraan. Op de foto zien we de scheuren in een dak met een kunsthars gebonden drainagelaag op een bitumineuze bedekking. Het dak begon kort na oplevering al te lekken. Later zijn alsnog waterdichte dilatatievoegprofielen aangebracht.

Niet gesteunde voegwanden

Voegen die waterdicht worden afgewerkt met een al dan niet gelijmd rubber compressieprofiel of een kitvulling zijn kwetsbaar op de plaatsen waar auto’s passeren. DSC02201-300De druk van de passerende voertuigen manifesteert zich als trekkracht in de ongewapende voegwand. Elastisch voegvullingsmateriaal biedt onvoldoende tegendruk om de voegwanden te beschermen tegen afbrokkeling. Het behoeft geen nadere uitleg dat hemelwater hier gemakkelijk indringt.

Gesteunde voegwanden, maar verkeerde elastische afwerking

De foto hiernaast toont een dilatatievoeg 20141126_103349-300in een constructie van kanaalplaten met druklaag. De druklaag is aan beide zijden van de voeg afgewerkt met stalen hoekprofielen die op de kanaalplaten zijn bevestigd. Helaas kon de kit tussen het staal de voegbewegingen al snel niet meer volgen. De foto is acht jaar na oplevering genomen. Aan de schade onder het dek te oordelen lekte het dak toen al jaren.

Voegafwerking niet doorgezet bij de opstanden

DSC02203-300Een goede dakbedekking wordt in kuipvorm aangebracht. Dit principe geldt uiteraard ook voor een waterdichte voegafwerking. Het voegprofiel – of de waterdichte laag daarin – dient aan de einden verticaal te worden opgezet. Voegbewegingen eindigen immers niet in de kim.

Toepassing van aluminium voegprofielen in lange lengten

Het temperatuurverschil tussen zomer en winter van een parkeerdak kan zo’n 70 °C bedragen. Staal en beton hebben dezelfde uitzettingscoëfficiënt. Er is dus geen verschil in thermische lengteverandering van een stalen voegprofiel en de betonnen ondergrond. De uitzetting van aluminium is echter twee keer zo groot. Bij grote lengten kan zich dat wreken bij kruisingen en hoekstukken.

Voeg op verkeersdrempel

20140902_124302-300plusHet is verstandig de bovenzijde van voegprofielen iets boven het dakvlak aan te brengen. Het voegprofiel is weliswaar waterdicht, maar vervuiling door plasvorming van het harmonicarubber is niet aan te bevelen. Het aanbrengen van een dilatatievoeg op een flinke verkeersheuvel is echter teveel van het goede. Op de foto zien we de schade die is aangericht door spoilers en trekhaken.

Dilataties in wanden en gevels

Dilatatievoegen worden aangebracht om de werking van constructieonderdelen op te kunnen vangen. Zonder voegen zal ongecontroleerde scheurvorming optreden. In feite is een dilatatievoeg dus niets anders dan een geplande scheur. Een strakke lijn in plaats van een grillige. Dilatatievoegen komen voor in wanden, kolommen, vloeren en daken. Aan de afwerking van voegen in vloeren en daken hebben wij in verschillende artikelen al de nodige aandacht besteed. Dit artikel gaat over de dilatatievoegen in verticale vlakken. Voegen kunnen hier bepalend zijn voor het uiterlijk van het bouwwerk. Meer dan bij vloeren is de afwerking van een voeg in wand en gevel een esthetische uitdaging.

Bij verticale dilatatievoegen wordt onderscheid gemaakt tussen koude voegen en dilatatievoegen. Een koude voeg – ook wel abusievelijk een knipvoeg genoemd – is een niet afgewerkte voeg in metselwerk of tussen lijmblokken. De koude voeg is vergelijkbaar met een krimpvoeg in vloeren. De beweging is slechts in één richting mogelijk: die van verbreding. Een dilatatievoeg kan zowel krimpen als uitzetten en is daarom aanmerkelijk breder dan de koude voeg. In de geveltechniek (stapelbouw) wordt een onderscheid gemaakt tussen een open en een gesloten dilatatievoeg. Deze benaming is wat verwarrend omdat ‘open’ voegen soms toch worden afgewerkt met een elastisch vulmiddel. Locatie en voegbreedte lijken bepalend voor de aanduiding. Voor een artikel over voegafwerking is dit echter niet van belang.

De technische functies van voegafwerking bij wanden en gevels zijn in het algemeen:

  • Voorkomen van vervuiling
  • Winddichting
  • Waterdichting
  • Brandwering

GV2-klemfix-kleurDaarbij komt, meer dan bij vloeren, het esthetisch aspect. Al bij het ontwerp moet daarom rekening worden gehouden met de plaats van de voegen. Gekozen kan worden ze onopvallend weg te werken of juist te accentueren. Een voeg in de binnenhoek van een bouwwerk valt minder op dan in het vlak. Sponningen of de overgangen van materialen, kleuren en patronen zijn ook prima locaties voor onopvallende voegen. De plaatsing van een voeg achter bijvoorbeeld een hemelwaterafvoerbuis is een minder goede oplossing in verband met de bereikbaarheid bij onderhoud. Ook het volgen van de vertanding van metselwerk is af te raden. Deze voegen kunnen al in de bouwfase makkelijk vervuilen.

De verschillende technische functies hoeven niet per se door één bouwstof te worden vervuld. Ook met combinaties van producten kan aan de eisen worden voldaan. Hieronder vindt u een beknopt overzicht van verschillende voegafwerkingsproducten.

Kit is leverbaar in verschillende kwaliteiten en kleuren. De levensduur bedraagt vijf tot 25 jaar afhankelijk van vakmanschap, voegbeweging en kwaliteit. Door bezanding kan de glans worden weggenomen waardoor de voeg minder opvalt.

CompressieprofielCompressieprofiel. Indrukbaar extrusieprofiel van UV-bestendig elastomeer voor toepassing in min of meer gelijkmatige voegen. Voor zover bekend standaard alleen leverbaar in zwart of grijs.

Compressieband. Een geïmpregneerd opencellig kunststof schuimband dat onterecht ook zwelband wordt genoemd. Het product is leverbaar in een beperkt aantal kleuren. De levensduur is onbekend. Het band wordt geleverd in voorgecomprimeerde vorm en vult bij uitzetting de ruimte. In een voeg met een onregelmatige breedte zal, als gevolg van compressieverschillen, de slagwaterdichtheid onder bepaalde omstandigheden niet voldoende zijn. Volgens SBRCURnet mag compressieband bij de waterdichte afdichting van gevelelementen alleen worden toegepast in een tweevoudig systeem.

Brandwerende voegafdichtingen garanderen een langdurige bescherming tegen brand. Bij zichtwerk is een combinatie met kit (de voegvulling dient dan als rugvulling), afdekprofielen of voegprofielen wenselijk.

GV2_klemfix_airport_KliaAfdekprofiel. Uitermate geschikt voor het maken van strakke accentvoegen. Klemgefixeerde profielen volgen de voegbeweging en zijn gemakkelijk aan te brengen. Ze zijn verkrijgbaar in kunststof, al dan niet gepoedercoat aluminium en messing.

Dilatatievoegprofielen voor wand en gevel zijn leverbaar in hard kunststof, aluminium, rubber of combinaties van deze materialen. Er bestaan een groot aantal verschijningsvormen met zeer uiteenlopende technische specificaties.


Dit artikel is opgenomen in het e-boek “Afwerking van dilatatievoegen in de burgerlijke en utiliteitsbouw”. Download het hier.

Brandwerende voegafdichting, tien controlepunten

De laatste jaren bestaat  terecht veel aandacht voor brandveiligheid. Door toepassing van de juiste bouwstoffen én aandacht voor de bouwkundige detaillering worden de risico’s van brand zo veel mogelijk beperkt. Veel kennis is beschikbaar over in het oog springende bouwstoffen zoals deuren, gevels en glas. Ook over details als doorvoeringen is voldoende te vinden.  De informatievoorziening over brandwerende afdichting van voegen en naden lijkt er bekaaid af te komen. Misschien is de gedachte dat een naadje wel kan worden gedicht met een brandwerende kit. Maar wat te doen met brede voegen? Welke kwaliteitseisen moeten worden gesteld aan bouwstoffen waarmee dilatatievoegen brandwerend worden afgewerkt?  In dit artikel geven wij u de tien essentiële controlepunten.

De vereniging BBN besteedt  in het hoofdstuk ‘Doorvoeringen’  (testnorm EN 1366-3) van haar verder compleet ogende uitgave  “De essentiële bouwkundige controlepunten” (editie 2015/2016) zegge en schrijve twee regels aan ‘brandwerende naden’. In editie 2018/2019 is een meer uitgebreide tekst te vinden, maar nog steeds onder “Doorvoeringen”. Het woord ‘naad’ suggereert een smalle voeg. Voegen kunnen echter een flinke breedte hebben. Ze komen ook niet alleen bij doorvoeringen voor. BBN stelt terecht dat testnorm 1366-4 ‘afdichtingen voor lineaire voegen’ van toepassing is. Op basis van de testresultaten wordt een bouwstof vervolgens geclassificeerd met behulp van norm EN 13501-2.

Met een classificatierapport is de geschiktheid voor uw toepassing eenvoudig te controleren:

  1. Classificatierapport: dit is het enige erkende en goedkeurde document.testdatum
  2. Testdatum: het rapport is geldig als de proeven zijn uitgevoerd na november 2006.
  3. Geldigheid: een classificatierapport is vijf jaar geldig.
  4. Normen: het classificatierapport dient te zijn opgesteld in overeenstemming met de normen EN 13501-2 en de EN 1366-4. Brandwerende kit is soms alleen getest volgens EN-1366-3 (doorvoeringen).
  5. Classificatie: In het rapport zijn één of meer classificaties gegeven. Deze ziet of zien er als volgt uit: (EI of E) – (H of V) – (Mxx of X) – (B of F) – (Wxx). De code geeft essentiële informatie over het toepassingsgebied. Zie punt 6 tot en met 9.Classificatie
  6. E xx of EI xx. E = rook- en vlamdicht. I = temperatuurisolatie. Het getal ‘xx’ geeft het aantal minuten aan dat de bouwstof voldoet.  Voegvullingsmaterialen dienen een EI classificatie te hebben voor de breedte van uw voeg.  De geteste voegbreedten zijn in millimeters aangegeven achter de ‘W’.
  7. Positie. Horizontaal (H) of verticaal (V). Een test die is uitgevoerd in verticale positie is niet geldig voor horizontale toepassingen.
  8. voegbewegingMet of zonder voegbeweging. Bij een ‘X’-classificatie is de voeg tijdens de proef niet geopend. Een ‘X’-geclassificeerde bouwstof mag dus niet worden toegepast in een voeg die in breedte kan variëren. Bij een M-classificatie wordt een getal vermeld. Dit staat voor het openingspercentage tijdens de test. Controleer of de bouwstof de beweging van uw voeg kan volgen.
  9. Met of zonder overgang tussen twee lengten. B of F? Bij een classificatie ‘B’ (fabrieks- én ter plaatse gemaakte verbindingen) zijn de overgangen meegenomen in de test. Kies voor ‘B’ als u ‘lassen’ moet maken in het werk. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een voegbreedte die niet overal gelijk is. U zult dan waarschijnlijk een overgang moeten maken tussen verschillende formaten voegvulling. ‘F’ geclassificeerde bouwstoffen mogen dan niet worden gebruikt.
  10. Blootstelling aan brand: in het classificatierapport is aangegeven hoe het voegvullingsmateriaal is getest. Een test die is uitgevoerd op een proefstuk dat niet direct aan vuur is blootgesteld, is niet van kracht voor een toepassing met een directe vlambelasting.

Door de opdeling van een gebouw in aparte ruimten – compartimenten – wordt verhinderd dat brand en rook zich ongehinderd en ongelimiteerd kunnen verspreiden. In het bouwbesluit wordt een onderscheid gemaakt in brand- en in rookcompartimenten. Meer over compartimentering is te vinden in het artikel ‘Voegen in brandcompartimenten’. Kijk op onze website voor informatie over ons programma brandwerende voegafdichtingen.