Dilataties in wanden en gevels

Dilatatievoegen worden aangebracht om de werking van constructieonderdelen op te kunnen vangen. Zonder voegen zal ongecontroleerde scheurvorming optreden. In feite is een dilatatievoeg dus niets anders dan een geplande scheur. Een strakke lijn in plaats van een grillige. Dilatatievoegen komen voor in wanden, kolommen, vloeren en daken. Aan de afwerking van voegen in vloeren en daken hebben wij in verschillende artikelen al de nodige aandacht besteed. Dit artikel gaat over de dilatatievoegen in verticale vlakken. Voegen kunnen hier bepalend zijn voor het uiterlijk van het bouwwerk. Meer dan bij vloeren is de afwerking van een voeg in wand en gevel een esthetische uitdaging.

Bij verticale dilatatievoegen wordt onderscheid gemaakt tussen koude voegen en dilatatievoegen. Een koude voeg – ook wel abusievelijk een knipvoeg genoemd – is een niet afgewerkte voeg in metselwerk of tussen lijmblokken. De koude voeg is vergelijkbaar met een krimpvoeg in vloeren. De beweging is slechts in één richting mogelijk: die van verbreding. Een dilatatievoeg kan zowel krimpen als uitzetten en is daarom aanmerkelijk breder dan de koude voeg. In de geveltechniek (stapelbouw) wordt een onderscheid gemaakt tussen een open en een gesloten dilatatievoeg. Deze benaming is wat verwarrend omdat ‘open’ voegen soms toch worden afgewerkt met een elastisch vulmiddel. Locatie en voegbreedte lijken bepalend voor de aanduiding. Voor een artikel over voegafwerking is dit echter niet van belang.

De technische functies van voegafwerking bij wanden en gevels zijn in het algemeen:

  • Voorkomen van vervuiling
  • Winddichting
  • Waterdichting
  • Brandwering

GV2-klemfix-kleurDaarbij komt, meer dan bij vloeren, het esthetisch aspect. Al bij het ontwerp moet daarom rekening worden gehouden met de plaats van de voegen. Gekozen kan worden ze onopvallend weg te werken of juist te accentueren. Een voeg in de binnenhoek van een bouwwerk valt minder op dan in het vlak. Sponningen of de overgangen van materialen, kleuren en patronen zijn ook prima locaties voor onopvallende voegen. De plaatsing van een voeg achter bijvoorbeeld een hemelwaterafvoerbuis is een minder goede oplossing in verband met de bereikbaarheid bij onderhoud. Ook het volgen van de vertanding van metselwerk is af te raden. Deze voegen kunnen al in de bouwfase makkelijk vervuilen.

De verschillende technische functies hoeven niet per se door één bouwstof te worden vervuld. Ook met combinaties van producten kan aan de eisen worden voldaan. Hieronder vindt u een beknopt overzicht van verschillende voegafwerkingsproducten.

Kit is leverbaar in verschillende kwaliteiten en kleuren. De levensduur bedraagt vijf tot 25 jaar afhankelijk van vakmanschap, voegbeweging en kwaliteit. Door bezanding kan de glans worden weggenomen waardoor de voeg minder opvalt.

CompressieprofielCompressieprofiel. Indrukbaar extrusieprofiel van UV-bestendig elastomeer voor toepassing in min of meer gelijkmatige voegen. Voor zover bekend standaard alleen leverbaar in zwart of grijs.

Compressieband. Een geïmpregneerd opencellig kunststof schuimband dat onterecht ook zwelband wordt genoemd. Het product is leverbaar in een beperkt aantal kleuren. De levensduur is onbekend. Het band wordt geleverd in voorgecomprimeerde vorm en vult bij uitzetting de ruimte. In een voeg met een onregelmatige breedte zal, als gevolg van compressieverschillen, de slagwaterdichtheid onder bepaalde omstandigheden niet voldoende zijn. Volgens SBRCURnet mag compressieband bij de waterdichte afdichting van gevelelementen alleen worden toegepast in een tweevoudig systeem.

Brandwerende voegafdichtingen garanderen een langdurige bescherming tegen brand. Bij zichtwerk is een combinatie met kit (de voegvulling dient dan als rugvulling), afdekprofielen of voegprofielen wenselijk.

GV2_klemfix_airport_KliaAfdekprofiel. Uitermate geschikt voor het maken van strakke accentvoegen. Klemgefixeerde profielen volgen de voegbeweging en zijn gemakkelijk aan te brengen. Ze zijn verkrijgbaar in kunststof, al dan niet gepoedercoat aluminium en messing.

Dilatatievoegprofielen voor wand en gevel zijn leverbaar in hard kunststof, aluminium, rubber of combinaties van deze materialen. Er bestaan een groot aantal verschijningsvormen met zeer uiteenlopende technische specificaties.


Dit artikel is opgenomen in het e-boek “Afwerking van dilatatievoegen in de burgerlijke en utiliteitsbouw”. Download het hier.

Voegen in brandcompartimenten

In brandwerende scheidingsconstructies komen naast deuren en ramen ook andere openingen voor zoals leidingdoorvoeringen en dilatatievoegen. Om te voorkomen dat een brand zich via deze openingen snel kan uitbreiden, dienen de voegen te worden afgedicht met materialen die voldoen aan de gestelde eisen. Welke normen en classificaties gelden er voor deze voegafdichtingen?

Landelijke voorschriften voor het brandveilig gebruik van gebouwen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Ook als er geen vergunningen of gebruiksmeldingen nodig zijn, moet een gebouw voldoen aan de brandveiligheidseisen. De algemene eisen uit het Bouwbesluit zijn voor de meeste gevallen voldoende om een brandveilig gebruik van een bouwwerk te waarborgen.

Uitgangspunt bij de brandveiligheidseisen is compartimentering. Door de opdeling van een gebouw in aparte ruimten wordt verhinderd dat een brand zich ongehinderd en ongelimiteerd kan verspreiden. Een brandcompartiment, dat bestaat uit één grote of verschillende kleine ruimten, moet gedurende een bepaalde tijd vuur en rook tegengehouden zodat een veilige vluchtroute ontstaat voor de in het gebouw aanwezige personen.  Rook verspreidt zich veel sneller dan brand en kan de vlucht uit een gebouw ernstig  vertragen.  Het bouwbesluit eist daarom dat een brandcompartiment moet worden opgedeeld in één of meer rookcompartimenten of zogenoemde subbrandcompartimenten. De grootte van de diverse ruimten is afhankelijk van vorm en grootte van het gebouw, gebruiksfunctie en de mogelijke bezettingsgraad.

Vedafeu-N-voorbeeld-3

brandwerende voegafdichting onder dilatatievoegprofiel

Een compartiment wordt in principe begrensd door vloer, plafond en wanden. Deze bouwdelen dienen elk een bepaalde brandwerendheid te hebben. De brandwerendheid wordt uitgedrukt in de tijd dat een element zijn taak naar behoren vervuld.  Voor de vaststelling daarvan verwijst het bouwbesluit naar NEN 6068. Hierin wordt een verbinding gemaakt tussen de begrippen brandwerendheid en de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag  WBDBO. De WBDBO is de kortste tijd die een brand nodig heeft om zich uit te breiden van het ene naar het andere compartiment. In dit artikel gaan we alleen in op branddoorslag. Dit is uitbreiding van een brand anders dan via de buitenlucht. De weerstand tegen branddoorslag van een constructie kan worden bepaald aan de hand van de brandwerendheid van de verschillende bouwstoffen op de weg van de brand. Een voegvulling met daarop een dilatatievoegprofiel heeft bijvoorbeeld een andere WBDBO dan een voegvulling alleen.

Voor de vaststelling van de brandwerendheid van een bouwstof verwijst de 6068 naar testnorm NEN 6069. Deze is inmiddels vervangen door diverse Europese normen en geldt als ‘brugdocument’. Brandwerende voegvullingen worden getest volgens EN 1366-4 ‘afdichtingen voor lineaire voegen’.  De brandwerendheid wordt vervolgens vastgesteld met de EN 13501-2.

brandcurve-ISO-834

standaard brandcurve

Lineaire voegen kunnen voorkomen in zowel wanden als plafonds. Vedafeu brandwerende voegvullingen zijn daarom getest in zowel horizontale als verticale positie. In beide gevallen werd de voegvulling aangebracht tussen twee betonnen platen van 200 mm dikte. Omdat de afdichtingen vaak in bewegende dilatatievoegen worden toegepast, werd tijdens de test de voegopening langzaam groter gemaakt tot een bepaald maximum na 59 minuten.  In het proefstuk werd een verbinding opgenomen tussen twee stukken van de bouwstof.

De officiële classificaties van bijvoorbeeld Vedafeu C zijn:

  • EI 240 – H – M 20 – B – W10 to 200
  • EI 240 – V – M 20 – B – W10 to 120

Dit betekent:

EI xxx:  Vlamdichtheid en temperatuurisolatie in minuten.  Er mogen geen vlammen door de constructie komen. De temperatuur aan de koude kant mag niet meer dan 140 °C gemiddeld en 180 °C op bepaalde punten oplopen.

H/V: Horizontale of verticale toepassing

M xx: Het getal staat voor het percentage dat de voeg werd geopend

B: Fabrieks- en ter plaatse gemaakte verbindingen

W: De breedte van de oorspronkelijke voeg waarvoor de classificatie van toepassing is.

Meer informatie over de geschiktheid van afdichtingsmaterialen vindt u in: ‘Brandwerende voegafdichting, 10 controlepunten‘.