Buchberger, sterk in waterdicht

Buchberger GmbH is één van de voornaamste Europese fabrikanten van dilatatievoegprofielen voor de B&U-bouw. Het bedrijf heeft een uitgebreid assortiment profielen voor elk type vloer of situatie. Omdat veel van de producten worden samengesteld uit standaard verkrijgbare staalelementen, is maatwerk voor bijzondere situaties meestal makkelijk te realiseren. In de goed geoutilleerde fabriekshallen is in principe elke staalbewerking mogelijk. Buchberger is met name sterk in zwaar belastbare waterdichte voegprofielen. Een aparte waterdichte folie onder het tussenrubber of de bovenconstructie garandeert een absolute vloeistofdichtheid van de profielen.

Tot 2003 was het bedrijf alleen actief in Duitstalige landen. Arcas verkreeg als eerste een vertegenwoordiging buiten dit gebied. De eerste projecten in Nederland werden gerealiseerd in 2004. Sindsdien zijn tientallen kilometers Buchberger profielen verwerkt in Nederlandse projecten. In België verkoopt CPE uit Genk de producten van Buchberger.

fabriekshallenKarl Buchberger begon in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een werkplaats voor landbouwwerktuigen. Zo’n dertig jaar later werden de eerste dilatatievoegprofielen geproduceerd. Vlot daarna specialiseerde het bedrijf zich en werd marktleider in waterdichte voegprofielen. Begin deze eeuw werd het het assortiment uitgebreid met lijngoten. Per jaar worden nu circa 20.000 meter voegprofielen en goten geproduceerd. Ongeveer 40% van de omzet betreft waterdichte voegprofielen. Lijngoten en zwaar belastbare voegprofielen voor bedrijfsvloeren dragen ieder voor circa 20% bij aan de omzet. De laatste 20% wordt behaald met voegprofielen voor bijvoorbeeld kantoren en winkels en overige producten. In januari 2017 droeg Peter Buchberger zijn taken in de directie over aan zijn dochter Petra en haar man Klaus Gangauf. Samen met Thomas Buchberger voeren zij de leiding over het familiebedrijf.

Buchberger is gevestigd in het Beierse Hofstetten. Het grootste deel van de negentig medewerkers is hier actief. In het centraal in Europa gelegen fabriekscomplex worden de orders geproduceerd en verzonden. Naast productiemedewerkers heeft Buchberger ongeveer dertig gespecialiseerde fabrieksmonteurs in dienst die hun werk verrichten op bouwplaatsen in heel Europa. In Nederland worden de meeste projecten uitgevoerd door montageaannemers die zich hebben toegelegd op de afwerking van vloeren en daken. Op verzoek of bij heel grote projecten zijn de Buchberger fabrieksmonteurs ook in Nederland actief. Een voorbeeld van een groot en technisch complex project is parkeergarage De Uithof. Hier werd in 2013 zo’n tweehonderd meter combinatie van afvoergoten en waterdichte voegprofielen geplaatst.

De keuze van Buchberger om naast dilatatievoegprofielen ook stalen lijngoten te gaan produceren is niet zo vreemd. Staal, is gelet op de uitzettingscoëfficiënt, veel beter geschikt als materiaal voor een lijngoot dan bijvoorbeeld polyesterbeton. Verder worden goten vaak gesitueerd op dezelfde plaats als de voegprofielen. Een pijler of draagmuur is immers de steun voor twee vloervelden maar is ook de ideale plaats om afvoerbuizen te bevestigen. Een combinatie van beide bouwstoffen is dan de ideale oplossing.

onderdelenDe laatste jaren heeft Buchberger zich toegelegd op verbreding van het productenpakket met dezelfde basiselementen. Een veel verkocht voegprofiel als de VA.8.95 (voegbeweging ± 20 mm) is met een breder tussenrubber ook leverbaar als VA.8.115 (± 30 mm) of VA.8.135 (± 40 mm). Met een andere onderconstructie is het profiel geschikt voor ter plaatse gestorte vloeren (VA.8.95/O). Door het combineren van verschillende onder- en bovenconstructies en tussenrubbers zijn met een beperkt aantal onderdelen verschillende producten samen te stellen.

Voor elk voegprofiel zijn verschillende vloer-wandoplossingen beschikbaar. Daarnaast zijn alle mogelijke vormstukken leverbaar: horizontale en verticale hoeken, T-stukken en vormstukkenkruisingen. De vormstukken worden op maat gemaakt afhankelijk van de benodigde lengte van de benen. Maatwerk en niet-standaardoplossingen vragen doorgaans wel meer tijd dan de levering van veelgebruikte profielen in standaardlengten. In de zomer kan de normale levertijd van drie weken oplopen tot vier tot vijf weken af fabriek. Monteurs dienen nog langer tevoren te worden besteld.

Renovatie van een nieuwe voegovergangsconstructie

Eind oktober 2015 werd een nieuwe fietsbrug geplaatst over de Blaloweg in Zwolle. Na ingebruikname werden de voegovergangsconstructies door de gebruikers als hobbel in de weg ervaren. Het ging hier om een eigen ontwerp, niet om een standaardproduct. Hoofdaannemer Reef Infra vroeg Arcas om advies. In goed overleg werd een oplossing bedacht die sinds juli 2016 naar tevredenheid functioneert. Terloops werd het nog niet onderkende probleem van de waterdichtheid opgelost.

brugDe Blalobrug is de hoofdverbinding voor fietsers uit Westenholte, Stadshagen en Kampen naar de binnenstad. Veel schoolgaande jeugd maakt gebruik van de route. De fietsbrug is 51 meter lang, 7,5 meter breed, 7 meter hoog en weegt ruim 100 ton. De boogbrug werd gebouwd op een nabijgelegen industrieterrein en is in zijn geheel op speciale karren naar zijn plaats gereden. Nadat de laatste trein op de belendende spoorlijn Zwolle – Kampen was gepasseerd, werd de boogbrug in een nacht op zijn plaats gehesen. De brug bestaat uit stalen hoofdliggers met daartussen geprefabriceerde betonnen platen waarop een druklaag is aangebracht.

DsnDe oorspronkelijk voegconstructie bestond uit twee verankerde corrosievast stalen hoeklijnen met daarop een eveneens corrosievast stalen strip van 10 mm dik. In eerste instantie was de hobbelgedachte om de afdekstrip te  vervangen door een compressieprofiel en de toplaag af te frezen tot het niveau van de hoeklijnen. Een dergelijke constructie wordt vaker toegepast bij kleine verkeersbruggen. De ervaring leert echter dat de voeg zelden waterdicht blijft. Bij deze brug bevinden alle afvoeren zich op de landhoofden, dus al het hemelwater dat op de brug terecht komt stroomt over de voeg.

randafwerkingOok het oorspronkelijk ontwerp was niet waterdicht. In theorie zou hemelwater over de stalen strip naar de andere kant van de voeg stromen, maar in dit geval was de hellingshoek daarvoor veel te gering. Capillaire werking en wind zorgen dat het water kan indringen. Voor constructies met een schubsgewijze opbouw zoals pannendaken geldt een minimale randafwerking2hellingshoek van 15°. Dan nog zijn aanvullende maatregelen nodig. Bijkomend probleem in de waterdichting was de randafwerking. De bovenliggende strip was weliswaar opgezet, maar het onderste hoekprofiel niet. De hier aanwezige kitnaad vertoonde een half jaar na ingebruikname al een scheur. Logisch, als bedacht wordt dat de hoofddraagconstructie is verbonden met het brugdek en enkele meters doorloopt. Het einde van de liggers beweegt dus langs het landhoofd.

In eerste instantie werd gedacht een standaard voegprofiel type VA.8.115/20 aan te brengen. Dit profiel heeft een zeer geringe hoogte. Voordeel is dat nauwelijks gefreesd hoeft te worden. Bij dit project zaten de stalen hoeklijnen echter in de weg.

nieuwAlle Buchberger profielen worden grotendeels opgebouwd uit standaard staalprofielen. Dat betekent dat betrekkelijk eenvoudig onderdelen kunnen worden weggelaten of worden vervangen door een andere kwaliteit. Hier werd gekozen voor een voegprofiel zonder voetplaat en een corrosievast stalen onderconstructie. Het aangepaste voegprofiel werd vastgelast op de al aanwezige hoeklijnen. Uiteraard werd het profiel van de weg – met name de goten aan weerszijden – gevolgd.  Het hoogteverschil met het oorspronkelijke wegdek werd opgevangen met een ter plaatse gemaakte spie van kunstharsmortel.

randafwerking_nieuwBijzondere aandacht werd gegeven aan de afwerking tegen de draagbuizen. Hier werd besloten de voeg met een haakse bocht te volgen tot de hemelwaterafvoer. Een perfecte waterdichting werd verkregen door de wandaansluiting tegen de buis te bevestigen.

Klik hier voor meer informatie over voegovergangsconstructies voor fiets- en voetgangersbruggen

Lekkende parkeerdaken

Sommige parkeerdaken lekken enkele jaren na oplevering al. Langdurige lekkage laat zijn sporen na en geeft een aftandse indruk. Naast esthetisch verval en ongerief kan de indringing van hemelwater ook schade veroorzaken aan voertuigen die onder het dak geparkeerd staan. Lekwater dat door of langs beton sijpelt, wordt namelijk in meer of mindere mate basisch. De lak van een auto of motor is slecht bestand tegen alkalische vloeistoffen. De parkeergebouwen die wij op uitnodiging bezoeken zijn doorgaans lek. Beweerd wordt dat dit het geval is bij 80 tot 90% van alle bovengrondse parkeergarages en parkeerdaken. Waar of niet waar, duidelijk is wel dat er vaak iets mis is met de waterdichtheid van deze bouwwerken. In het artikel ‘Waar zit het lek?’ is aandacht besteed aan de uitvoering van de waterdichte voegafwerking. Met name de details zoals opstanden, hoeken en kruisingen vragen om vakmanschap. Hier worden de meeste uitvoeringsfouten aangetroffen. In de ontwerpfase valt nog meer te winnen. Het verhelpen van lekkage als gevolg van een verkeerde materiaalkeuze of een gebrekkige detaillering is immers ingrijpend en kostbaar. In dit artikel worden zes praktijkvoorbeelden gegeven waar het tijdens de voorbereidingsfase mis kan gaan. Doe er uw voordeel mee!

Losliggende afwerklaag zonder dilatatievoegprofielen

In geballaste dakconstructies is het waterdichte membraan de scheiding tussen de draagconstructie en het pakket daarboven. De materialen boven en onder het membraan worden geacht onafhankelijk van elkaar te bewegen. De praktijk leert vaak anders. De lagen raken toch min of meer verbonden. DSC03331-300De voegbewegingen in de draagconstructie leiden dan tot scheurvorming in de bovenlagen en in het membraan. Op de foto zien we de scheuren in een dak met een kunsthars gebonden drainagelaag op een bitumineuze bedekking. Het dak begon kort na oplevering al te lekken. Later zijn alsnog waterdichte dilatatievoegprofielen aangebracht.

Niet gesteunde voegwanden

Voegen die waterdicht worden afgewerkt met een al dan niet gelijmd rubber compressieprofiel of een kitvulling zijn kwetsbaar op de plaatsen waar auto’s passeren. DSC02201-300De druk van de passerende voertuigen manifesteert zich als trekkracht in de ongewapende voegwand. Elastisch voegvullingsmateriaal biedt onvoldoende tegendruk om de voegwanden te beschermen tegen afbrokkeling. Het behoeft geen nadere uitleg dat hemelwater hier gemakkelijk indringt.

Gesteunde voegwanden, maar verkeerde elastische afwerking

De foto hiernaast toont een dilatatievoeg 20141126_103349-300in een constructie van kanaalplaten met druklaag. De druklaag is aan beide zijden van de voeg afgewerkt met stalen hoekprofielen die op de kanaalplaten zijn bevestigd. Helaas kon de kit tussen het staal de voegbewegingen al snel niet meer volgen. De foto is acht jaar na oplevering genomen. Aan de schade onder het dek te oordelen lekte het dak toen al jaren.

Voegafwerking niet doorgezet bij de opstanden

DSC02203-300Een goede dakbedekking wordt in kuipvorm aangebracht. Dit principe geldt uiteraard ook voor een waterdichte voegafwerking. Het voegprofiel – of de waterdichte laag daarin – dient aan de einden verticaal te worden opgezet. Voegbewegingen eindigen immers niet in de kim.

Toepassing van aluminium voegprofielen in lange lengten

Het temperatuurverschil tussen zomer en winter van een parkeerdak kan zo’n 70 °C bedragen. Staal en beton hebben dezelfde uitzettingscoëfficiënt. Er is dus geen verschil in thermische lengteverandering van een stalen voegprofiel en de betonnen ondergrond. De uitzetting van aluminium is echter twee keer zo groot. Bij grote lengten kan zich dat wreken bij kruisingen en hoekstukken.

Voeg op verkeersdrempel

20140902_124302-300plusHet is verstandig de bovenzijde van voegprofielen iets boven het dakvlak aan te brengen. Het voegprofiel is weliswaar waterdicht, maar vervuiling door plasvorming van het harmonicarubber is niet aan te bevelen. Het aanbrengen van een dilatatievoeg op een flinke verkeersheuvel is echter teveel van het goede. Op de foto zien we de schade die is aangericht door spoilers en trekhaken.

Waar zit het lek?

Het  installeren van waterdichte voegprofielen is vakwerk: het onderstel moet op de juiste hoogte worden gesteld en goed worden bevestigd op de constructieve ondergrond. Vervolgens dient het geheel waterdicht te worden afgewerkt. Als tijdens dit laatste deel van de montage fouten worden gemaakt,  is lekkage het gevolg. Het ‘lange rechte eind’ is, zoals mag worden verwacht, het minst moeilijk. Bij hoeken of kruisingen wordt het lastiger, maar alle aandacht moet worden gegeven aan de afwerking bij opstanden en voegeinden. In de praktijk worden hier de meeste fouten aangetroffen. In dit artikel wordt ingegaan op de details van een waterdichte voegafwerking. Speciale aandacht voor  de montage bij wanden en voegeinden. Waar moet op worden gelet? Hoe gaat een goede uitvoering in zijn werk? Welke oplossingen zijn voorhanden?

Belangrijkste aandachtspunt bij de afwerking van rechte stukken, is de aansluiting op de watervoerende laag van het dak of dek. Bestaat deze uit bitumineuze dakbanen, zoals bij een dek met gietasfalt, dan wordt gekozen voor een voegprofiel met een lange aansluitfolie. Deze uit het profiel kragende folie moet door de dakdekker tussen twee lagen dakbedekking worden ingeplakt. Bij een watervoerende toplaag gevulde naadvan bijvoorbeeld kunsthars, wordt een voegprofiel met korte folie toegepast. Deze steekt slechts een klein stukje uit het profiel. Om zijdelingse indringing van water via de stuiknaden van de onderconstructie tegen te gaan, dient de folie te worden opgenomen in de waterdichte laag van de vloer. Daartoe wordt direct naast het profiel aan beide zijden een circa 5 mm brede naad aangebracht, die naderhand wordt gevuld met een kunsthars gietmortel.

Dilatatievoegen lopen vaak vlak langs kolommen of wandaansluitingopstanden. Hier moet een wand-vloerprofiel  worden toegepast. Eén zijde van het profiel is gemaakt voor aansluiting op de wand, de andere helft bestaat uit een normaal vloerprofiel. Afhankelijk van het type profiel zijn er verschillende wandaansluitingen. Bij alle aansluitingen gaat het om een constructie waarbij  de waterdichte laag van het profiel tegen de wand wordt geklemd. Als extra bescherming wordt soms ook nog een gezette stalen strook met kitrand gebruikt om hemelwater, dat van de wand naar beneden stroomt, op de juiste wijze af te voeren. Hiernaast staat een dergelijke combinatie afgebeeld.

Bij de overgang van een vloer-vloerprofiel naar een wand-vloerprofiel, bijvoorbeeld bij een kolom, wordt het lastig om een goede aansluiting te maken. Meestal hebben we hier te maken met twee haakse hoeken en een eenzijdige overgang van horizontaal naar verticaal. Bij de meeste voegprofielen zijn de functies ‘waterdichting’ en ‘opname voegbeweging’ verenigd in het harmonicavormig tussenrubber. De waterdichtheid is dan afhankelijk van de kwaliteit van de lasverbindingen in het rubber. Bij de voegprofielen van Buchberger zijn de functies gescheiden. kolomaansluitingDe waterdichte laag, een kunststof dakbaan, loopt door over het profiel. Dit betekent dat niet het zichtbare tussenrubber, maar de veilig daaronder liggende folie zorgt voor de waterdichting. Hoeken, T-stukken en andere aansluiting moeten ter plaatse worden gemaakt met behulp van hete lucht lasapparatuur. Een goede profielmonteur beheerst dit vak en is in staat een perfect waterdichte aansluiting te maken. Op deze film ziet u hoe dit in zijn werk gaat.

Een aparte waterdichte laag in de vorm van een dakfolie heeft ook voordelen bij een haakse of schuine aansluiting onder voetloodbeëindiging tegen opstanden. Hier laat men de folie doorlopen in een verticale hoek en plakt deze in met dakbedekking. Voetlood zorgt dan voor een schubsgewijze afdekking waardoor hemelwater geen toegang meer krijgt. Bij het ontbreken van voetlood of andere afdekking wordt een verticaal hoekstuk toegepast. Deze zijn in verschillende vormen beschikbaar.

Montage voegprofiel/gootcombi

De afvoer van hemelwater van het enorme parkeerdak van Transferium De Uithof stelde aannemer Hurks Bouw voor een probleem. De aanvankelijke gedachte om het water via de dilatatievoegen af te voeren, bleek in de praktijk niet eenvoudig te realiseren. Afvoerputten waren gezien het sterke afschot  geen optie. Het water moest immers over de volle breedte worden afgevangen. Stalen goten zijn dan de beste oplossing.  Deze moeten echter – in verband met bevestiging van de afvoerbuizen – op de plaats komen waar ook een dilatatievoegprofiel is bedacht. Voor dit soort gevallen produceert Buchberger combinaties van afvoergoten en waterdichte dilatatievoegprofielen. Hoe gaat de montage van deze bijzondere constructie in zijn werk?

Parkeergarage P+R De Uithof is op 1 oktober 2013 geopend en biedt overstapgelegenheid op het openbaar vervoer. Transferium De Uithof De garage biedt plaats aan tweeduizend auto’s verspreid over negen parkeerlagen. Het ontwerp van het bouwwerk kwam tot stand in samenwerking tussen KCAP Architects&Planners en studioSK/Movares. De combinatie Hurks – Dura Vermeer realiseerde het project.

Voor de vloerconstructie was gekozen voor kanaalplaten met daarop een gevlinderde druklaag. De dikte van deze druklaag  was bepalend voor de diepte van de goot. Van een kanaalplaat kan immers nauwelijks iets worden afgefreesd. De maximale breedte van de goot wordt beperkt door de wielbelasting. Bij een grote gootbreedte moet een dikker rooster worden toegepast en wordt de doorstroom van het hemelwater beperkt. Bij dit project zal de afvoercapaciteit van de goten voor de meeste buien voldoende zijn. Voor de afvoer van stortbuien zijn in het gebouw noodvoorzieningen aangebracht.                Voegprofiel/gootcombinaties worden bij voorkeur aangebracht met de goot aan de hoge zijde. Zo wordt het waterdichte voegprofiel niet onnodig belast met hemelwater.

De stalen delen van het voegprofiel, goot, waterdichte folie en tussenrubber worden apart aangeleverd.  Alleen bij de hoek- en eindstukken is de goot al gemonteerd. Om verontreiniging met mortel tegen te gaan, wordt allereerst de voeg gevuld met een indrukbaar materiaal. stellen Vervolgens wordt het voegprofiel langs een referentielijn op hoogte gesteld in een kunsthars gemodificeerde mortel. Met behulp van een afstandhouder worden de aparte lengten op de juiste hoogte tijdelijk met elkaar verbonden. Als de mortel is uitgehard wordt het voegprofiel met ankers aan de ondergrond verbonden en worden de afstandhouders verwijderd.

De gootelementen worden vervolgens  op het voegprofiel gemonteerd en in dwarsrichting op de juiste hoogte gesteld. detail Vanzelfsprekend dient de gootbodem volledig ondersabeld te zijn en wordt, na harding van de mortel, eveneens verankerd aan de ondergrond. Vervolgens worden de gootstukken onderling middels een lasnaad waterdicht aan elkaar verbonden. Tenslotte worden uitlopen aan de goot gelast.

Dan is het tijd voor de afwerking van het voegprofiel. Kenmerkend voor Buchberger waterdichte voegprofielen is de waterdichte folie die onder het tussenrubber wordt aangebracht. Deze folie – en dus niet het rubber – vormt de waterdichting. lassen folie Het aanbrengen van de folie op de rechte stukken is eenvoudig, maar bij hoeken en opstanden – bij dit project volop aanwezig – is vakmanschap vereist. Op de folie wordt vervolgens het fabrieksmatig op maat en in vorm gebrachte tussenrubber aangebracht. Folie en rubber worden tenslotte met roestvaststalen strips op de onderconstructie gekneld. Daartoe worden rubber en folie voorgeboord alvorens de bouten met het juiste moment worden aangedraaid.

Om vervuiling van het voegprofiel met mortel en schade door de vlindermachines  te Gereedvoorkomen wordt het geheel afgeplakt met een beschermende tape. Naderhand, als de druklaag is uitgehard, worden de roosters in de goot aangebracht. De naad tussen voegprofiel en goot tenslotte, werd bij dit project door een kitspecialist gevuld. De kit in de niet-werkende voeg zorgt voor een waterdichte aansluiting op de folie onder het tussenrubber.

Afvoercapaciteit van een goot

De afvoer van hemelwater kan voor de ontwerper van een parkeerdak een interessante uitdaging zijn. Met name wanneer het afschot in de rijrichting ligt. Afvoerputten en gullies zijn dan niet geschikt en de gedachten gaan al snel uit naar goten. Deze komen dwars op de rijrichting te liggen en moeten dus bestand zijn tegen belasting door personenauto’s. Stalen goten zijn de beste keus voor een waterdichte inbouw in beton. Hoe bepaalt men echter de juiste afmetingen van zo’n goot? Wat zijn de mogelijkheden om de afvoercapaciteit te beïnvloeden? Welke risico’s zijn er bij extreme regenval?

ALR1

ondiepe goot met kleefflens

Een installatietechnisch adviseur bepaalt de afmetingen van het rioolstelsel aan de hand van NEN 3215:2011. In deze norm worden eisen gesteld aan het aantal afvoerpunten op een dakoppervlak, maar niet aan de afmetingen van een goot. Ook het internet biedt weinig houvast. Fabrikanten van zink(en goten) betogen, dat de afvoercapaciteit wordt bepaald door het aantal uitlopen en de afmetingen daarvan. Dit gaat misschien op bij forse dakgoten, maar zeker niet bij afvoerkanalen met een beperkte diepte. Volgens Wavin, fabrikant van kunststof leidingsystemen, is de vorm en plaats van ‘afvoertrechters’ sterk bepalend voor de afvoercapaciteit van het rioolstelsel. Een goot kan worden gezien als een langwerpige trechter.  Maar hoeveel water kan deze dan wel afvoeren?

ALR6

goot met klem- en kleefflens

De bij civiel technici bekende formules van Manning en Chezy bevatten een aantal parameters die bepalend zijn voor de doorstroming van een goot. Het blijkt dat diepte meer invloed heeft dan breedte op de capaciteit. Bij parkeerdaken is de maximale diepte echter vaak een gegeven. De keuze voor een bredere goot biedt niet altijd een oplossing, omdat deze een zwaarder (lees dikker) rooster nodig heeft om de verkeerslasten op te vangen. Het rooster belemmert de doorstroming. Aanpassing van het verhang – lees vermindering van de afstand tussen de uitlopen – is dan de enig resterende manier om de afvoersnelheid te beïnvloeden.
De genoemde formules gelden voor eenparige stroming. Dat wil zeggen dat ze bruikbaar zijn voor het geval het hemelwater op één punt in de goot beland. In de geschetste situatie stroomt het water echter over de gehele lengte de goot in. Een wiskundige benadering laat zien dat dit een positieve invloed heeft. De capaciteit wordt ruim 1,7 maal groter dan berekend met de formule van Manning, maar kan nog steeds onvoldoende zijn om de zwaarste buien af te voeren. In dit geval moet een analyse worden gemaakt van de risico’s die het gevolg zijn van het overstromen van de goot..

voeg-gootcombi

combinatie van voegprofiel en goot

Een rioleringssysteem wordt gedimensioneerd op de afvoer van 0,03 liter/m² per seconde. Volgens het KNMI bedraagt de hoogste regenintensiteit die ooit gemeten is evenwel 79 mm in een uur. Dit is gelijk aan 0,022 liter/m² per seconde. Een zware regenbui (meer dan twintig millimeter per uur) komt gemiddeld eens in de drie jaar voor. In de praktijk betekent dit dat een goot met beperkte afmetingen voor de meeste gevallen toereikend is. Met overstroming moet echter wel degelijk rekening worden gehouden. Het hemelwater stroomt dan door naar het laagst gelegen afvoerpunt dat de enorme toevloed van water ook niet kan verwerken. Gecontroleerd dient te worden of de constructie bestand is tegen een kortstondige belasting door hemelwater. Ook een punt van aandacht is de hoogte van de opstanden. Indien zich kritische situaties kunnen voordoen, moet worden gekozen voor het aanbrengen van noodoverstorten. Deze komen niet alleen in werking bij extreme buien, maar ook bij verstopte afvoeren. Voorkomen wordt dat het dak te zwaar belast wordt door verzameld regenwater. In het handboek ‘Binnenriolering Hemelwaterafvoer’ van Wavin is een tabel opgenomen waaruit de capaciteit van een overloop kan worden afgelezen.

Waterdichte voegprofielen

De waterdichtheid van een dakconstructie is in grote mate afhankelijk van de aansluitdetails. Voegprofielen behoren net als afvoeren, goten en kabeldoorvoeren tot de meest kritische plaatsen van een constructie. Veel zorg dient dus besteed worden aan de verbinding van de watervoerende laag op deze bouwmaterialen. Het juiste voegprofiel wordt gekozen op basis van de aansluiting. De vloerafwerking – en daarmee de keuze voor het niveau waar het hemelwater wordt afgevoerd – is bepalend voor de selectie van het profiel. Verder gelden uiteraard de criteria die zijn behandeld in de ‘keuze van een dilatatievoegprofiel’. In dit artikel wordt een onderscheid gemaakt tussen voegprofielen voor vloeren met en zonder aparte waterdichte laag.

Vloeren met een waterdichte toplaag
Vloeren met een watervoerende toplaag zijn bijvoorbeeld gevlinderd beton, natuursteen, tegels of een kunsthars gebonden afwerklaag. Bij de meeste profielen wordt de aansluiting op de waterdichte folie in het voegprofiel gemaakt door middel van een kitvoeg ter plaatse van de overgang tussen profiel en vloer. Deze kitvoeg sluit aan op de waterdichting van het profiel. De kitzorgt tevens voor de afdichting van de kopse naden in de onderconstructie van het voegprofiel.

Speciaal voor vloeren met een kunsthars gebonden toplaag zijn profielen ontwikkeld met een aansluitflens. De stootnaden worden na montage van het profiel waterdicht afgelast alvorens de toplaag wordt aangebracht.

Vloeren met een aparte waterdichte laag
Asfalt en gietasfalt zijn vloerafwerkingen met een onderliggende watervoerende laag. Deze  bestaat uit bitumineuze dakbanen of een gespoten dakbedekking. Voegprofielen die geschikt zijn voor dit type vloeren onderscheiden zich door een brede aansluitfolie die uit het voegprofiel kraagt. Soms is de aansluiting onderdeel van het tussenrubber, soms is er sprake van een aparte waterdichte folie. De uitkragende folie wordt verbonden met de dakbedekking.

In Duitsland is het inmiddels gebruikelijk een klemaansluiting voor te schrijven in geval van drukkend water. De eisen voor deze verbinding zijn vastgelegd in DIN 18195. Deze norm is in juli vervangen door de reeks DIN 18531 tot en met 18535. Voordeel van het toepassen van voegprofielen met een klemflens is dat het dak direct na plaatsing waterdicht is.

Vloeren met een indirect belaste waterdichte laag
Een belangrijke functie van een voegprofiel is de bescherming van de voegwanden tegen afbrokkeling. De voegen van bijvoorbeeld tuindaken en ecoducten worden alleen indirect belast. Voor deze projecten zijn andere oplossingen beschikbaar. Daarover meer het artikel ‘Ondergrondse dilatatievoegen‘.


Dit artikel is opgenomen in het e-boek “Afwerking van dilatatievoegen in de burgerlijke en utiliteitsbouw”. Download het hier.